ADHD en Vrouwen

Door Edwin Oudemans, psychiater.

In de basis hebben vrouwen en mannen met ADHD ongeveer dezelfde  symptomen. Maar er zijn wel verschillen in onder meer de beleving. Vrouwen hebben, over het algemeen, vaker dan mannen de neiging om problemen te internaliseren, waar mannen de neiging hebben te externaliseren. Vrouwen geven zichzelf eerder de schuld van zaken die niet goed gaan, terwijl mannen de neiging hebben om anderen de schuld te geven van de dingen die slecht gaan. Mannen zullen, eerder dan vrouwen, dingen die goed gaan als eigen verdienste zien. Ook proberen vrouwen vaker hun’ fouten’ te compenseren en hun best te doen om de zaken toch goed te laten verlopen.

Al met al zorgt deze ‘aanleg’  ervoor dat vrouwen met ADHD mede daardoor gevoeliger zijn om affectieve stoornissen, zoals angst en depressie te ontwikkelen. Wanneer de diagnose in het latere leven, wanneer vrouwen carrière maken en daarnaast bijvoorbeeld kinderen opvoeden, nog niet gesteld is lopen ze vaak vast. Er zijn dan teveel rollen en eisen waaraan ze moeten voldoen. Zelfs voor vrouwen zonder ADHD is dat vaak al een hele opgave, dus als ze daarbij ook nog een probleem hebben met de aandacht, is het niet verwonderlijk dat het deze vrouwen bij tijd en wijle teveel wordt. Wanneer ze vervolgens, wegens een depressie of angststoornis, in de zorg komen bij de GGZ, wordt de diagnose AD(D)HD alsnog vaak gemist, want er is nog steeds sprake van onderdiagnostiek.

Een extra aandachtspunt is de maandelijkse cyclus van de vrouw, die ook voor een versterking van de onrust kan zorgen en daarmee de ADHD-symptomen maskeren. Soms wordt een premenstrueel syndroom (PMS) vastgesteld, omdat daarbij óók sprake is van dezelfde stemmingswisselingen die bij ADHD voorkomen. De diagnose ADHD kan daardoor makkelijk gemist worden, omdat de verklaring vanuit die andere invalshoek ook plausibel klinkt:  ‘Ja, uw hormonen zorgen voor veel onrust.’

Pas als blijkt dat de kinderen van vrouwen met ADHD – door de erfelijkheid van de stoornis –  ook ADHD hebben, wordt deze diagnose overwogen en kan er nader onderzoek gedaan worden.

Gelukkig wordt er wel meer en meer adequaat onderzoek gedaan, zeker bij kinderen, waardoor ouders en andere directe familieleden zelf ook getriggerd worden om naar hun eigen problemen te kijken en alsnog adequate hulp krijgen.