Non-verbale communicatie werkt goed

Door Edwin Oudemans, psychiater.

In ‘Wat kunnen ouders zelf doen?’ vertel ik dat opvoeden vooral non-verbaal gebeurt.  Onze houding en uitstraling doen het eigenlijke werk. Kijk maar eens naar een politicus op tv. Doe het geluid af en probeer eens te zien wat hij eigenlijk vertelt! De woorden zijn meestal fraai gekozen, maar de uitstraling is boos, geïrriteerd of juist vermijdend of geruststellend. Of kijk eens goed naar een de chef die een jubilaris toespreekt, maar met zijn houding uitstraalt dat hij vindt dat zijn werknemer eigenlijk teveel eer krijgt. Hetzelfde geldt in positieve zin: als een verkoper lol heeft in zijn verkooppraatje, gaat hij vaker glimlachen én harder en hoger praten. Zijn houding wekt vertrouwen en we hebben de neiging om het product te kopen. Dit noemen we duping delight, ofwel bedriegerspret.

Zeker kleine kinderen pikken deze vorm van communicatie op, omdat ze immers nog niet zo taalvaardig zijn. Bij kinderen met ADHD is die non-verbale communicatie nog belangrijker, omdat ze vaak moeite hebben met verbale instructies. Ze luisteren vaak half of helemaal niet en begrijpen dan niet wat er van ze verwacht wordt.

Een ander aspect van non-verbale communicatie is dat wij allemaal gedrag van elkaar overnemen. Kleine kinderen van 4 à 5 jaar imiteren onbewust het gedrag van hun ouders: ze gaan dan net zo zitten als hun vader of moeder. Op latere leeftijd herkennen we dat bij de skiles: achter de skileraar komen we alle pistes  af. Valt de persoon vóór je, dan raak je uit balans en val je zelf ook.

Als ouder van een kind met ADHD opent de non-verbale communicatie  een heel nieuw arsenaal aan beïnvloedingsmogelijkheden.  We doen gewoon voor hoe we het willen doen. Dat betekent concreet dat we ons als ouder met zaken zouden moeten bezighouden waar we ons zelf ontspannen en goed bij voelen.  Een kind zo mogelijk bij zo’n activiteit betrekken is een goede zaak;  het voelt zich belangrijk en doet zijn best om volwassen gedrag te imiteren. Bijvoorbeeld samen koken of een timmerwerkje doen. Doen en gedragen we ons zoals we willen dat ons kind zich gedraagt,  dan volgt het kind eigenlijk vanzelf. Dan hoeven ze niet te luisteren naar bloedsaaie instructies en kunnen ze spelenderwijs gedrag aanleren dat we ze graag willen leren.